AD 5 aug. 2008
For this artikel no translation is available

‘Buitenaardse ervaring op Antarctica’

Door RENÉ BOUWMEESTER

 

MAASDAM - Het is zomer.

Het zonnetje schijnt, de terrassen zitten vol en het laatste waar je aan denkt zijn besneeuwde vlakten met ijsberen of pinguïns. Toch is dit precies wat er te zien is in het gemeentehuis van Binnenmaas. Piet Bronder exposeert er vanaf vandaag zijn foto’s van Antarctica en Spitsbergen. Die foto’s zijn ook in de zomer genomen.

Reizen had Piet Bronder (74) uit Maasdam eigenlijk al genoeg gedaan in zijn leven. Hij was als architect bij het architecten- en ingenieursbureau De Weger uit Rotterdam de hele wereld overgevlogen en woonde enige tijd in Afrika. Toch kreeg hij de smaak van het reizen te pakken. ,,De dochter van mijn partner ging emigreren naar Nieuw-Zeeland. Ik wilde niet alleen maar rond het huis hangen, dus heb ik vanaf daar mijn eerste sub-Antarctische reis gemaakt naar eilanden tussen Antarctica en Australië. Het was fantastisch, de ruige natuur, al die dieren. Er waren pinguïns, zeerobben en zeeolifanten. Je kunt er tussendoor lopen, al moet je oppassen dat ze je niet te pakken krijgen. Het waren ook de aantallen die indruk maakten. Tienduizenden pinguïns, honderden zeerobben. Daar kun je je geen voorstelling van maken. ’’

Vanaf dat moment was de Maasdammer verkocht. ,,Ik was met de vut en wilde reizen,’’ legt Bronder uit. ,,Ik word er niet jonger op dus het leek me beter om maar de moeilijkste reizen eerst te doen. Makkelijke kan ik altijd nog maken. Maar de moeilijke reizen waren zo fascinerend dat ik ze ben blijven maken.’’

Bronder vertrok naar Antarctica, Spitsbergen, IJsland en Alaska. Allemaal koude gebieden met ruige natuur. ,,Het is de wijdheid van het landschap en de ongereptheid van de natuur. Al zie je ook overal de invloed van de mens door vervuiling of routeaanwijzingen. Juist in deze gebieden zie je dat de mens te gast is in de natuur.’’

De beste reistijd om de polen te bezoeken is de zomer. Bronder bezocht in juni Spitsbergen. Op het zuidelijk halfrond is het zomer als het noordelijk halfrond in de greep van de winter is. ,,De temperaturen zijn in het zomerseizoen vergelijkbaar met een wintersportvakantie: rond het vriespunt.’’

Echt moeilijk is het niet meer om de polen te bezoeken, meent Bronder. ,,Elk jaar gaan honderden Nederlanders die kant op. Er zijn verschillende Nederlandse touroperators waar je een reis kunt boeken. Ik heb mijn reizen via een fotoclub geboekt. Als fotograaf heb je toch een andere invalshoek dan wandelaars. Fotografen willen veel tijd besteden op een mooie plek en niet hele stukken lopen met tien kilo fotoapparatuur op hun rug.’’

Bronder signaleert een toename van het toerisme rond de polen. ,,Vijf jaar geleden ben ik in Spitsbergen geweest. Ik zag op die reis één ander schip. In juni ben ik er weer naartoe geweest en zag een paar schepen met toeristen. Ik denk dat het aantal toeristen de laatste jaren zeker verviervoudigd is.’’

Ondanks de toename van het arctisch toerisme is een bezoek aan een kolonie keizerspinguïns zeker niet eenvoudig, zegt Bronder. ,,Daar moet je weer net wat meer moeite voor doen. Eerst vlieg je naar Vuurland in Argentinië. Daarna ga je met een boot verder. Keizerspinguïns leven op zeker twintig kilometer van het water waar een schip, een ijsbreker, kan komen. Daarna ga je met zeven man in een helikopter en vlieg je tot twee kilometer van de kolonie. Dat laatste stuk moet je over het ijs lopen.’’

,,Het was een buitenaardse ervaring,’’ vertelt Bronder over die tocht. ,,We werden met de helikopter op die grote witte wereld van Antarctica afgezet. Dan begint de voettocht. Als je een beetje achterblijft en de rest van de groep is net over een heuveltje, sta je in een gigantische ijsvlakte. Je bent helemaal alleen. Er scharrelt hooguit af en toe een keizerspinguïn in je buurt. Dat is echt vervreemdend.’’

De noordelijke wateren bezoeken is een iets kleinere onderneming. Bronder pakte het vliegtuig naar IJsland en monsterde aan op een schip dat koers zette naar de archipel van Spitsbergen. ,,Het zijn voornamelijk Russische schepen die vroeger voor wetenschappelijke of afluisterdoeleinden werden gebruikt. Er kunnen zo’n 50 passagiers mee. De ene helft van het jaar varen ze naar Antarctica, de andere helft naar de Noordpool. Het is mogelijk om op verschillende plaatsen op te stappen.’’

Wie denkt dat de voormalige architect verzadigd is na al deze reizen, heeft het mis. ,,Ik merk dat ik ouder word en op het ijs de jonge kerels niet meer kan bijhouden. Maar ik heb me voorgenomen de zeventien pinguïnsoorten te zien in mijn leven. Ik heb er nu vijftien gezien. Het is de uitdaging de laatste twee soorten ook op de foto te zetten. Een ander gaat bergbeklimmen. Ik wil die pinguïns zien.’’